informatie

De gemeente van Christus

In het begin van de 19e eeuw worstelde in Engeland, Schotland en de Verenigde Staten van Amerika een vijftal bewegingen met de verdeeldheid binnen het christendom. Zij kwamen vanuit hun verlangen tot eenheid tot de volgende vier oplossingen:

  • Elke plaatselijke gemeente dient volkomen onafhankelijk te zijn van elke vorm van kerkelijke hiërarchie, aangezien hierdoor de christenen eerder verdeeld dan verenigd worden.
  • Kerkelijke geloofsbelijdenissen dienen terzijde geschoven te worden.
  • Er moet geen onderscheid bestaan tussen ‘geestelijken’ en ‘leken’.
  • Alle sektarische namen om gelovigen van elkaar te scheiden dienen te worden vermeden.

Met deze uitgangspunten beoogde de zogenaamde Restauratie-beweging niet een nieuw soort kerk maar een herstel van de nieuwtestamentische gemeente. Dit resulteerde in het ontstaan van duizenden gemeenten die zich aanduiden als gemeente van Christus. Kort na de Tweede Wereldoorlog keerde J. van der Vis vanuit de VS naar Nederland terug om dit model van de gemeenten van Christus te verkondigen. Vanuit zijn prediking ontstonden gemeenten in Den Haag, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Maastricht en Schiedam. Iedere plaatselijke gemeente is zelfstandig.

De gemeenten van Christus kennen geen vast ritueel in de zin van liturgie. Een samenkomst kent wel: het nuttigen van de Maaltijd des Heren, het gezamenlijk zingen van psalmen, gezangen en geestelijke liederen, het gebed, het verkondigen van Gods Woord en het vestigen van de aandacht op offervaardigheid. Wereldwijd bedraagt het aantal gelovigen enkele miljoenen. Voor Nederland is het aantal ca.150 (1994)*.

(Bron: ‘Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland’, E. Hoekstra en M. Ipenburg, Kok, Kampen 1995)